U bevindt zich nu op een technische pagina over de software Mercator. Deze pagina bevat specifieke informatie die bestemd is voor professionals van de software Mercator. Wenst u naar algemenere informatie over Mercator door te gaan?


   Deze vraag niet meer stellen

Een virtueel volume mappen bij de opstart van Mercator

0000001796     -      15-03-2010
Verouderd

Bij het opstarten kan Mercator de module autoexec.prg uitvoeren. Men kan aan deze module de taak toekennen om een virtueel volume te mappen via het Windows-commando SUBST.

Daartoe hoeft men enkel een regel van dat type toe te voegen aan het bestand autoexec.prg (in dit voorbeeld gaat het om een virtueel volume J dat fysiek verwijst naar c:\test\).

run /n subst J: C:\test\

Opm.: als dit commando dynamisch moet zijn, m.a.w.: variabele delen moet omvatten, kan men als volgt te werk gaan:

mon_répertoire="c:\test\"
local ma_cmd
ma_cmd="run /n subst J: "+m.mon_répertoire
&ma_cmd

Als men dat wenst, kan men dit commando in het bestand autoclose.prg plaatsen, zodat het virtuele volume verdwijnt bij het uitschakelen van Mercator.

run /n subst J: /D

In de bovenstaande voorbeelden worden alle regels sequentieel uitgevoerd. Het is dus niet nodig om te compileren naar FXP.



Functionele cookies: Cookies die nodig zijn voor het gebruik van de website en voorkeurscookies. Ze bevatten geen persoonsgegevens. (Meer informatie)

Analytische cookies: Verzamelen van statistieken met betrekking tot het gedrag van internetgebruikers. (Meer informatie)

Marketingcookies: Om bezoekers op verschillende websites te volgen voor advertentiedoeleinden. (Meer informatie)

De pagina die u wenst te bekijken heeft betrekking op een versie van Mercator die commercieel niet meer beschikbaar is en niet meer wordt ondersteund.

Mercator is een applicatie .net en maakt gebruik van een database SQL Server. De gegevens op deze pagina stemmen niet overeen met deze eigenschappen.