Bij het opstarten kan Mercator de module autoexec.prg uitvoeren. Men kan aan deze module de taak toekennen om een virtueel volume te mappen via het Windows-commando SUBST.
Daartoe hoeft men enkel een regel van dat type toe te voegen aan het bestand autoexec.prg (in dit voorbeeld gaat het om een virtueel volume J dat fysiek verwijst naar c:\test\).
run /n subst J: C:\test\ Opm.: als dit commando dynamisch moet zijn, m.a.w.: variabele delen moet omvatten, kan men als volgt te werk gaan:
mon_répertoire="c:\test\"
local ma_cmd
ma_cmd="run /n subst J: "+m.mon_répertoire
&ma_cmd
Als men dat wenst, kan men dit commando in het bestand autoclose.prg plaatsen, zodat het virtuele volume verdwijnt bij het uitschakelen van Mercator.
run /n subst J: /D In de bovenstaande voorbeelden worden alle regels sequentieel uitgevoerd. Het is dus niet nodig om te compileren naar FXP.